In de MIRT-onderzoeksrapporten stond een drietal denkrichtingen mbt tot de zgn ‘Lob van Gennep’


- Wettelijke normdijken (zonder inrichting als waterbergingsgebied)

- Dubbele dijken (klein waterbergingsgebied)

- Verbindende dijken (groot waterbergingsgbied)















 






 




 

Optie 3 Verbindende dijken (met schuif)

De dijken worden opgehoogd tot het wettelijk minimum en plaatselijk -richting sluis bij Mook- iets meer. Verder komt er op de lage inlaatdrempel een regelbare  ‘inlaatvoorziening’, een schuif dus, zodat het volledige gebied - met dorpen en buitengebied - als waterberging kan dienen bij een extreem hoge waterstand. Die komt statistisch (naar men zegt ) zelden voor, maar mocht die extreme waterstand zich toch aandienen, dan kan men de schuif bij Milsbeek openzetten, waardoor er daar vele kuubs water in korte tijd naar binnen komen en de hele ‘lob’ kunnen vullen. Dit moment zou van overheidswege worden bepaald…

Optie 1

Deze optie stond in de MIRT-rapportage nog voor wettelijke normdijken zonder inrichting als waterberging, maar dat werd door de stuurgroep gewijzigd in ‘niets doen’: Dat was nogal verwarrend, aangezien er toen volop werd gewerkt om de dijken hier in dijkvak 54 te verhogen conform de OUDE wettelijke minimale norm t.w. 1/250 jaar. Bovendien lag/ligt daar ook nog de wettelijke verplichting conform de NIEUWE wettelijke norm (conform de Waterwet van jan. 2017) van 1/300 jaar. Dus hoezo, ‘niets doen’?

Optie 2 Dubbele dijken (eerst met vaste drempel, later werd dat ook een regelbare waterinlaat)

Hier zouden de dijken wel tot de wettelijke norm verhoogd worden, met nog extra binnendijken ter bescherming van de dorpskernen, en verder een verlaagde drempel Dat werd later een inlaatvoorziening’, dus een regelbare schuif. Het stuk buitengebied tussen de binnendijken zou dan fungeren als een kleinere waterberging.

De projectgroep stelde  zelf later vast  dat bij deze optie met schuif de dorpskernen echter juist niet beter beschermd zouden zijn bij extreem hoge waterstand.

Daarna brak de zgn. ‘verkennende fase’ aan, waarin een samenwerkingsverband van Rijk, Provincies, Rijkswaterstaat, Waterschap, Gemeenten als Stuurgroep ‘Lob van Gennep’ het voortouw nam, met de projectgroep ‘Lob van Gennep’ die het contact met de bewoners zou onderhouden.

Men was niet gebonden aan de zgn ‘denkwijzen’ in de MIRT-rapporten (die waren het uitgangspunt) en kwam met drie opties om aan de drie doelstellingen te voldoen.

Optie 1 week sterk af van de denkrichting 1 in het MIRT Rapport.

Optie 2 met  dubbele dijken met vaste drempel (werd later een schuif)

Optie 3 verbindende dijken met schuif.


De gang van zaken vanaf mei 2019:  

Opm.:

De non-optie 1 (niets doen, de huidige situatie handhaven) werd later weer verwijderd (en terecht want dit was niet conform de wettelijke eisen).

De eerdere optie 2 werd optie 1 Dubbele dijken (uiteindelijk ook met schuif)

De eerdere optie 3 werd optie 2  Verbindende dijken (met  schuif) en deze optie was duidelijk favoriet bij de lobgroep.

Bezwaren tegen de schuif werden afgedaan. Er werd door het Lobprojecteam gezegd dat er geen sprake zou zijn van een ‘vloedgolf’ als die schuif open zou gaan, maar dat het water in fases kon worden ingestroomd. Echter, als dat inderdaad zo was, dan kun je je ook afvragen waarom die schuif dan nodig zou zijn. Door opening van een schuif wil men namelijk JUIST om zo snel mogelijk de hoge piek van het maaswater naar ons woongebied af te voeren (waardoor het hier plaatselijk wel bijna 4 mtr hoog kan komen te staan). Gebeurt dat niet, dat schiet men het doel van de schuif in feite voorbij!

Bovendien: Voor die tijd moeten er ook nog ruim 7000 mensen worden geëvacueerd. Dus, hoezo ‘in fases’?  

 LvG: Met schuif (hierboven beschreven)

 LvG: Met schuif (hierboven beschreven)


Het projectteam ‘Lob van Gennep’ had zelf dus nog twee ‘oplossingen’, allebei met een ‘regelbare instroomvoorziening” oftewel een “schuif”. Echter, de optie met de verbindende dijken bleekt in feite niet tot meer bescherming van de dorpskernen te gaan leiden vlgs de lobgroep zelf. Dus bleek in feite alleen nog de grote waterberging met schuif over.  

Bewoners kregen vervolgens de gelegenheid om mee te denken en mogelijke andere opties in te dienen. Er werden 12 opties ingediend door de bewoners (zie hieronder). De projectgroep zei ze verder te zullen bestuderen en uit te werken. De volgende oplossingen kwamen binnen:

Eind jan. 2020:

De stuurgroep heeft alle bovenstaande opties bestudeerd en er drie (waaronder de eigen voorkeur) uitgekozen om mee ‘verder te gaan’. In de ‘Notitie Reikwijdte en Detailniveau’ is bekend gemaakt dat de stuurgroep heeft gekozen om verder te gaan met het uitwerken van:

 

1. Reguliere Dijken (!)  

7. Verbindende Dijken met vaste drempel(s)

3. Verbindende Dijken met een waterkerende instroomvoorziening, oftewel de     SCHUIF

Notitie R en D_LvG_20200129   .pdf

De stuurgroep ging het weer uitwerken:

Er is met recht verbazing geuit over de terugkeer van de reguliere dijken, want die waren eerder opeens gedegradeerd tot ‘niets doen’. Dus hoe wilde de stuurgroep dat combineren met die juridische status van rivierbedding en met de van overheidswege zo vurig gewenste verbetering van die zogenaamde ‘waterbergende’ eigenschappen in onze dorpen?…

Die meerdere vaste drempels? Waar zouden die dan moeten komen? Tijdens een omgevingswerkgroep werden een keer Middelaar, Milsbeek en Ven-Zelderheide genoemd. Die drempels zouden dan ‘niet lager’ worden werd gezegd, en moesten voldoen aan de wettelijke minimale wettelijke beschermingsnorm.

Die schuif prees de stuurgroep zelf al eerder aan als veel en veel veiliger dan de normdijken, slechts een overstromingskans van wel 1 op 1000 jaar. Wat  later werd de schuif opeens wel 10 keer veiliger dan de wettelijke minimale norm waarop ons gebied recht heeft: namelijk 1 op 3000 jaar kans*. Hoe dat kan? In ieder geval door de dijken hier, links en rechts van de schuif extra te verhogen. Dan zouden we natuurlijk tegelijk een nog diepere badkuip worden, als die schuif een keer wordt open gezet, maar daar heeft het projectteam het niet over.

Tot 21 april jl. konden bewoners ‘zienswijzen’ indienen, maar de bedoeling was wel dat die beperkt bleven tot de grenzen van ons gebied. Dat is eigenlijk erg vreemd, omdat het ‘project ‘Lob van Gennep’ juist is bedacht om een -zeer grensoverschrijdend- gebied stroomafwaarts zogenaamd te ‘beschermen’.  

Op 18 juni 2020 schreef minister Van Nieuwenhuizen een brief aan de Tweede Kamer, waarin zij de beslissing aankondigt dat de wettelijke status van rivierbedding voor Limburg straks komt te vervallen, dus ook voor het gebied waarop het project  “Lob van Gennep” betrekking heeft! De gemeentes hier brachten het bericht met vreugde omdat men meent straks minder beperkingen te krijgen voor uitbreidingen…Helaas blijft het hier (en in het gebied tussen Thorn en Wessem) toch waterberging in het kader van het integrale Maassysteem.

Staatscourant-14-5-2019-27355.pdf

14 mei 2019

Startbeslissing-integrale-verkenning-ravenstein-lith.pdf

De Stichting Belangenbehartiging Hoogwaterbescherming voor onze dorpen heeft  richting minister gereageerd op bovengenoemd schrijven. Daarop kwam een ontvangstbevestiging vanuit het ministerie.

SBH-ntdv -Waar gaat het om?

Op vrijdag 2 oktober 2020 verstuurde het projectteam ’Lob van Gennep’ een persbericht en nieuwsbrief met de mededeling dat men op grond van de gegevens nu mogelijk zal gaan voor de optie ‘reguliere dijken’ (1:300 dus). Het zou zijn gebleken dat er met reguliere dijken alhier, de waterstand stroomafwaarts met 7 cm wordt verlaagd. Weliswaar 5 cm minder dan in geval van een schuif, maar eerder dacht men nog aan een waterstandsverhoging bij dit alternatief…

Men schreef ook dat het gebrek aan draagvlak bij de bewoners mede een rol speelde bij dit voorgenomen besluit.

20201001 Persbericht tussenresultaat Lob van Gennep DEF.pdf

Opm.: Die keuze is niet verrassend gezien de voorkeuren van de stuurgroep.   

Eens in de zoveel jaar kans betekent dat we nog steeds iedere dag een beetje ‘kans maken op’, het kan over 300, of 1000, of  3000 jaar zijn, maar net zo goed, over 25 jaar, 5 jaar, volgend jaar met de feestdagen of volgende week enz. Echter, met een schuif is het een officiële kans op een gigantische dijkdoorbraak van overheidswege, op last van degene die het op dat moment toevallig voor het zeggen heeft.


*

Er zijn vervolgens tientallen zienswijzen ingediend, maar wat men daar precies mee heeft gedaan/gaat doen, is niet duidelijk.  

Die wettelijke status van rivierbedding was zo belangrijk voor de stuurgroep Lob Van Gennep omdat die immers nauw samenhing met die veronderstelde ‘waterbergende functie’, die men zo graag wilde ‘verbeteren’.  Helaas, die niet bestaande waterbergende ‘functie’ blijft dus overeind.


Waar die waterbergende ‘functie’ ,zoals de minister schrijft, nu nog op is gebaseerd werd niet bekend.



De provincie Limburg had de wens geuit om de overstroombaarheidseis van de dijken in de Maasvallei te laten vervallen, vanwege de overlast bij hoogwater. Daartoe moest de provincie wel met compensatiemaatregelen komen en men kwam met 12 voorstellen voor waterberging. Uiteindelijk bleven er daarvan twee over: het gebied tussen de dorpen Thorn en Wessem en het gebied tussen Gennep en Mook. In Thorn en Wessem waren veel mensen niet blij. Daar mogen straks een aantal huizen en een bedrijventerrein tussen de twee dorpen onderlopen, omdat elders de dijken niet meer overstroombaar hoeven te zijn

De vijf dorpen tussen Gennep en Mook mogen dus niet alleen onder water omdat er stroomafwaarts langs de meanderende Maas voorbij Grave dan minder of helemaal niets aan de dijken hoeft te worden gedaan, dus geld kan worden bespaard, maar ook omdat de provincie Limburg het een prima compensatie vindt voor het vervallen van de overstroombaarheidseis in de Maasvallei stroomopwaarts. Zo wordt ons prachtige gebied met vijf dorpen dus het gedoodverfde afvoerputje voor stroomopwaarts en stroomafwaarts. Hoe zit dat nu: zijn de mensen hier soms derderangs burgers?  

Helaas wordt er geen melding gemaakt van het laten vervallen van de aanwijzing tot waterberging in onze dorpen! Langs de rivier kunnen we uiteraard altijd te maken krijgen met een overstroming, maar die kans is met reguliere normdijken aanzienlijk verkleind vergeleken met de dijkloze situatie tot 1996.  


SBH/Ntdv zal vragen gaan stellen over bepaalde stukken in het tracé waar geen dijken liggen, maar alleen sprake is van een natuurlijke verhoging. Geeft die situatie nu de minimale wettelijke bescherming van eens in de 250 jaar?, en straks eens in de 300 jaar?

 

En dan is er natuurlijk ook nog de vraag of de wettelijke norm van 1:300 (reeds vastgesteld in 2016 en per 1 Jan. 2017 in de Waterwet opgenomen) niet heroverwogen zou moeten worden i.v.m. het recent bekend gemaakte plan van de verbreding bij de brug tussen Gennep en Oeffelt terwijl de spoorbrug bij Mook blijft zoals ie is, nl  een flessenhals. Fijn voor stroomafwaarts in Brabant, zeer bedenkelijk voor het gebied tussen Gennep en Mook, en ook voor Mook zelf.